(Photo JGrandgagnage)

Automatisch, halfautomatisch of handmatig fotograferen

Er niets mis om te beginnen met volautomatische instelling. Zelfs ervaren straatfotografen geven er soms de voorkeur aan om een van de intelligente modi van de camera te benutten. De puristen zullen je echter op het hart drukken dat je dan te weinig controle hebt over zaken zoals scherptediepte, korrel en bewegingsonscherpte, maar de moderne toestellen zijn intelligent genoeg om in de meeste omstandigheden de goede keuze voor belichting (snelheid, diafragma en filmgevoeligheid) te maken.Overigens past de modus 'Manueel' niet zo goed bij de point-and-shoot-mentaliteit van de straatfotograaf, voor wie snelheid van reageren prioritair is.

Automatisch fotograferen

Automatisch fotograferen is handig omdat het toestel zelf alles voor je kiest. Gewoonlijk wordt de keuze voor automatisch op je toestel aangeduid met 'AUTO'. Een kind kan de was doen: probeer deze instelling zeker uit en evalueer of het goede resultaten oplevert.

Het keuzewieltje op de camera: de camera is hier ingesteld op diafragmavoorkeuze ('A' van Aperture)

De verschillende diafragmakeuzes: bij f1.8 valt het meeste licht binnen, maar is ook de scherptediepte het geringst. Het grootste diafragmagetal (hier f11) levert de kleinste opening van het diafragma op en de grootste scherptediepte.

 

Halfautomatisch fotograferen

Op het 'keuzewieltje' van je toestel (zie foto) zie je verschillende instellingen. Een ervan is 'S', wat voor 'SHUTTER PRIORITY', snelheidsvoorkeuze staat. Wil je scherpe foto's in alle omstandigheden, dan kies je bij straatfotografie toch het beste snelheden van 1/250s of hoger. Die snelheid kies je al naargelang het toestel op een ander wieltje of op een ring rond het objectief. De meeste straatfotografen fotograferen met deze instelling.

De verschillende diafragmakeuzes: bij f1.8 valt het meeste licht binnen, maar is ook de scherptediepte het geringst. Het grootste diafragmagetal (hier f11) levert de kleinste opening van het diafragma op en de grootste scherptediepte.

Wil je dat je foto van voorgrond (voor straatfotografie vanaf ongeveer 2,5 meter) tot achtergrond (liefst tot oneindig) scherp is, dan draai je het wieltje op 'diafragmavoorkeuze', wat op het keuzewieltje wordt aangeduid als 'A' van het Engelse Aperture). Het diafragma is de opening waardoorheen het licht binnenvalt: hoe kleiner de opening, hoe meer scherptediepte je hebt. Voor straatfotografie kies je bij voorkeur diafragma's vanaf f5.6 of 'kleiner, dus f11 of f16 (denk eraan: hoe groter het getal, hoe kleiner de diafragmaopening). Doe je dit niet, dan krijg je foto's waarvan de achtergrond onscherp is, wat portretfotografen prachtig vinden, maar wat straatfotografen niet nastreven. De achtergrond maakt voor hen immers deel uit van het verhaal.

Bij halfautomatisch fotograferen (dus met voorkeuze van snelheid of van diafragma) blijft het toestel de juiste belichting regelen. Dit gebeurt door een passende sluitersnelheid, diafragma of filmgevoeligheid (ISO 100, ISO 200 enzovoort) te kiezen. Je kunt je toestel in het begin best zelf die ISO-waarde automatisch laten bepalen.

Geprogrammeerd fotograferen

De modus 'P' of Program is een vorm van automatische instelling waarbij het toestel een belichting voorstelt waar de fotograaf echter kan van afwijken. Verdubbel je de snelheid bijvoorbeeld van de voorgestelde 1/125s naar 1/250s, dan wordt het diafragma 2x vergroot, bijvoorbeeld van F8 naar f5,6 (elke stop van het diafragma is een verdubbeling of halvering van de voorgaande).

Handmatig fotograferen

Bij handmatig fotograferen ('M' van Manual) kies je alles zelf en laat je bij manier van spreken niets over aan het toestel. Zet je keuzewieltje op 'M' en kies bijvoorbeeld voor deze instellingen:

  • Sluitersnelheid: minstens 1/250s om bewegingsonscherpte te voorkomen.
  • Diafragma: een kleine opening levert meer scherptediepte op: f5.6 of hoger (f8, f11, f16 of f22)
  • Filmgevoeligheid: tussen ISO 800 en ISO 1600, afhankelijk van de lichtomstandigheden en de kwaliteit van de camera (dure toestellen geven minder korrel en scherpere foto's bij hoge ISO-waarden). Probeer verschillende instellingen uit.
  • Bij het instellen van de camera word je overigens nog steeds geholpen doordat het toestel op het schermpje toont of de belichting goed zit. Het resultaat zou moeten zijn: scherpe foto's doordat beweging bevroren is door de hoge sluitersnelheid, en zowel voor- als achtergrond zijn scherp door de gekozen kleine diafragmaopening.